Binnenkort out of control?

Frankrijk staat deze week in het oog van de storm op de Europese obligatiemarkt. De Financial Times omschreef het land zelfs als gevangen “tussen de obligatiemarkt en de barricades”.

De Franse tienjaarsrente liep vorige week op tot bijna 5%, terwijl het renteverschil met Duitsland het grootst is sinds de Europese schuldencrisis in 2011.

Beleggers vragen dus een steeds hogere vergoeding om geld uit te lenen aan de Franse overheid. Zelfs tegenover Duitsland, een land dat eigenlijk toch moedwillig zijn eigen economische motor opblies…

Frankrijk heeft ongeveer 3.500 miljard euro aan overheidsschuld en een begrotingstekort dat bijzonder moeilijk onder controle raakt.

De obligatiemarkt wacht intussen niet.


Als het regent in Parijs…

…dan druppelt het in Brussel. België staat er niet bepaald beter voor.

De Belgische staatsschuld bedraagt ongeveer 110%. Het begrotingstekort blijft intussen boven 5%.

Een land met een hoge schuld, een groot begrotingstekort en nauwelijks economische groei heeft één ding nodig… Een lage rente.

Alleen beslist de overheid daar zelf niet over.

Wanneer beleggers een hogere vergoeding eisen om Belgische of Franse staatsobligaties te kopen, stijgen de rentelasten vanzelf verder.

Zo dreigt de fameuze rente-sneeuwbal.

Een hogere rente verhoogt het begrotingstekort. Daardoor moet de overheid nog meer lenen. En die extra schuld zien beleggers nog minder graag, zij kunnen opnieuw een nog hogere rente eisen.


Dezelfde stress in de Verenigde Staten


Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan speelt exact hetzelfde probleem, maar dan met nog grotere bedragen in absolute termen.

Na een zwak Amerikaans banenrapport vorige week, nam de kans op een nieuwe renteverhoging door de Federal Reserve af. Toch steeg de Amerikaanse tienjaarsrente richting 5,3%. De rente op dertig jaar noteert boven 5,6%.

Dat zijn de hoogste niveaus sinds 2002.

De Amerikaanse overheidsschuld bedraagt zoals hier al vaker vermeld meer dan 40.000 miljard dollar. Washington betaalt ongeveer 1.000 miljard dollar rente per jaar.

Van iedere vijf dollar die de Amerikaanse overheid aan belastingen ontvangt, gaat er vandaag al ongeveer één naar de rentelasten.

En die rekening blijft oplopen zolang oude, goedkope schulden moeten worden vervangen door nieuwe obligaties met een hogere rente.


Trump zegt het hardop

In een interview met Time deed Donald Trump vorige week een opmerkelijke uitspraak:

“Certain levels of inflation will also pay off that debt very rapidly.”

Bepaalde niveaus van inflatie kunnen de schuldenberg dus bijzonder snel helpen afbouwen.

Daar heeft Trump op zich een punt.

Een schuld van 100 dollar blijft nominaal 100 dollar. Maar wanneer prijzen, lonen en belastinginkomsten door inflatie verdubbelen, wordt diezelfde schuld tegenover de economie veel kleiner.

Er is alleen één belangrijke voorwaarde.

De rente op die schuld moet lager blijven dan de inflatie.

Als obligatiebeleggers bij 5% inflatie ook 6% of 7% rente eisen, verdwijnt het voordeel opnieuw. Dan lopen de rentelasten minstens even snel op als de inflatie de schuld probeert weg te werken.

En exact daar protesteert de obligatiemarkt vandaag tegen.


Iemand moet het verschil betalen


Trump smijt de Amerikaanse spaarders onder de bus, net zoals onze politici dat ook in Europa aan het doen zijn.

Wanneer overheden hun schuldenberg via inflatie willen verkleinen, moeten ze verhinderen dat de rente even snel of sneller stijgt dan de inflatie. In dat proces is de spaarder altijd het slachtoffer.

Trouwens, hoe die oplossing zal heten, weten we vandaag nog niet.

Misschien worden het opnieuw grote obligatieaankopen door centrale banken.
 

Misschien krijgen we een officiële begrenzing van de langetermijnrente. Misschien worden banken en pensioenfondsen aangemoedigd of verplicht om meer staatsobligaties aan te houden.

Waarschijnlijk krijgt het een technische naam die geruststellender klinkt dan wat het werkelijk is.

Maar het uiteindelijke doel blijft hetzelfde: de obligatiemarkt liquide houden en ervoor zorgen dat overheden zich tegen een betaalbare rente kunnen blijven financieren.

Dat noemen we financiële repressie.

Met een rente die bewust lager blijft dan de inflatie.

De nominale waarde op uw spaarrekening blijft gewoon staan. Ook een obligatie kan op de eindvervaldag netjes worden terugbetaald.

Alleen koopt u met dat geld steeds minder.

Ontvangt u 2% rente terwijl de inflatie 4% bedraagt, dan verliest u ieder jaar ongeveer 2% aan koopkracht.

De schuldenaar wordt zo geholpen. De spaarder betaalt het verschil.


Toekomstmuziek is dat bovendien allerminst. Op klassieke spaarrekeningen bij verschillende Belgische grootbanken ontvangt u in oktober 2026 amper 0,5% tot 0,6% rente per jaar. Een deel daarvan krijgt u bovendien alleen wanneer uw geld twaalf maanden blijft staan.

Het meest recente Belgische inflatiecijfer? 4,69%.

Spaarders die hun geld op zo’n rekening laten staan in België, verliezen vandaag dus al ongeveer 4% koopkracht per jaar.

In Nederland zijn de grootbanken iets guller. Daar krijgt u vandaag iets meer dan 1% rente. Maar ook dat blijft natuurlijk ruim onder de Nederlandse inflatie van 3,4%.

Elke spaarder sponsort vandaag zo al flink het systeem waarvan onze overheid en bankiers profiteren.
Deze situatie bestaat eigenlijk al sinds 2008. Wie zijn geld al die tijd gewoon op een klassieke spaarrekening parkeerde, verloor over die volledige periode aanzienlijk aan koopkracht.

Maar nu de langetermijnrente oncomfortabel wegloopt van onze beleidsmakers, kan een volgende stap niet heel lang meer duren.

De tekenen van stress komen steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte.

Eerst in Japan en de Verenigde Staten. Nu ook in Frankrijk en de rest van de eurozone.

Niets doen en het financiële systeem zichzelf jarenlang laten uitzuiveren, lijkt ons politiek geen realistische optie.

Daarvoor zijn de schulden te groot en zijn banken, pensioenfondsen en overheden te sterk met elkaar verweven.

Wanneer de druk voldoende groot wordt, zullen centrale banken en overheden ingrijpen. De vorm kennen we nog niet. De richting laat zich wel raden.


Is er bescherming mogelijk?


Welk bezit is geen belofte van een bank, onderneming of overheid?

Wat heeft geen tegenpartij, geen vervaldatum en kan niet zomaar worden bijgedrukt?

Wat wordt wereldwijd aanvaard en geldt al duizenden jaren als rijkdom?

Juist.

Fysiek goud.

Goud is geen schuld van iemand anders en het is universeel aanvaard.

Centrale banken weten dat. Daarom houden zij goud aan als internationale reserve en als groep bouwen centrale banken hun positie nog altijd verder op.

Ook gewone spaarders en beleggers kunnen exact hetzelfde principe toepassen. Door een gezond deel van hun vermogen buiten het financiële systeem te plaatsen.

U hoeft niet te voorspellen wanneer centrale banken opnieuw zullen ingrijpen of welke technische naam ze deze keer aan hun oplossing zullen geven.

De stress op de obligatiemarkten is vandaag al zichtbaar. En wanneer het systeem werkelijk ingrijpen nodig heeft, zal u waarschijnlijk niet de enige zijn die bescherming zoekt.

Wachten op volledige duidelijkheid, betekent wellicht wachten tot ook de goudprijs al heeft gereageerd. Vermogensbescherming bouwt u op vóór u ze werkelijk nodig heeft.

Wie zijn gewenste positie in fysiek edelmetaal nog niet heeft opgebouwd, zouden wij vandaag niet te lang meer laten wachten.

Bescherm uw vermogen met fysiek edelmetaal.

Tot binnenkort!

Team goud999

www.goud999safe.com